Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
25 augustus 2020.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak stond de verdachte terecht voor meervoudige mensenhandel, waarbij hij onder meer een vriendin financieel uitbuitte en een man jarenlang liet werken zonder vergoeding. Het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeelde hem en legde schadevergoedingsmaatregelen op ten behoeve van de slachtoffers, waarbij bij niet-betaling vervangende hechtenis werd toegepast.
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof. De advocaat-generaal adviseerde tot vernietiging van het arrest, maar uitsluitend voor zover de vervangende hechtenis bij de schadevergoedingsmaatregel was toegepast. De Hoge Raad oordeelde dat de overige klachten niet tot vernietiging konden leiden en dat het niet nodig was deze te motiveren.
Ambtshalve vernietigde de Hoge Raad het arrest voor het deel waarin vervangende hechtenis werd toegepast, verwijzend naar een eerdere uitspraak (ECLI:NL:HR:2020:914). Tevens bepaalde de Hoge Raad dat met toepassing van artikel 6:4:20 Sv Pro gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast als vervangende sanctie bij niet-betaling van schadevergoedingen.
Het beroep werd voor het overige verworpen. Hiermee is de procedure rond de strafrechtelijke veroordeling van de verdachte grotendeels in stand gebleven, maar is de wijze van uitvoering van de schadevergoedingsmaatregel aangepast.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor zover vervangende hechtenis is toegepast bij de schadevergoedingsmaatregel; gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast.