Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
25 augustus 2020.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze strafzaak stond de doodslag door wurging van de verdachte op zijn vrouw in 2016 centraal. De verdachte voerde in cassatie aan dat er geen sprake was van opzet en beriep zich op overmacht wegens geheugenverlies over zijn handelen.
Het hof had de verdachte een schadevergoedingsmaatregel opgelegd waarbij bij niet-betaling vervangende hechtenis van 101 dagen zou volgen. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van dit onderdeel van het arrest, verwijzend naar een eerdere uitspraak van de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte vervangende hechtenis had toegepast en vernietigde dit deel van het arrest. Tevens bepaalde de Hoge Raad dat op grond van artikel 6:4:20 Sv Pro gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast als vervangende sanctie. Voor het overige werd het cassatieberoep verworpen.
Deze uitspraak verduidelijkt de toepassing van vervangende hechtenis bij schadevergoedingsmaatregelen en bevestigt de mogelijkheid tot gijzeling als alternatieve sanctie.
Uitkomst: Het arrest van het hof is vernietigd voor zover vervangende hechtenis is toegepast bij de schadevergoedingsmaatregel, met de bepaling dat gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast.