AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Hoge Raad verwerpt cassatieberoep inzake contractsoverneming en opschortingsrecht
De Stichting tot Bevordering van Internationaal Onderwijs in Zuidwest Nederland (ISB) stelde cassatieberoep in tegen arresten van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 6 november 2018 en 2 juli 2019. De zaak betrof onder meer de uitleg van artikel 6:159 BWPro (contractsoverneming) en artikel 6:37 BWPro (opschortingsrecht).
De Hoge Raad heeft de klachten van ISB beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de hofarresten. Daarbij is overwogen dat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 vanPro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep van verweerders behoeft daarom geen behandeling. De Hoge Raad veroordeelt ISB in de kosten van het geding in cassatie, begroot op € 2.607,34, vermeerderd met wettelijke rente bij niet-tijdige betaling.
Het arrest is gewezen door de raadsheren Van Buchem-Spapens (voorzitter), Polak en Lock en in het openbaar uitgesproken door Polak op 17 juli 2020.
Uitkomst: Het cassatieberoep van ISB wordt verworpen en ISB wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer19/03864
Datum17 juli 2020
ARREST
In de zaak van
STICHTING TOT BEVORDERING VAN INTERNATIONAAL ONDERWIJS IN ZUIDWEST NEDERLAND, gevestigd te Breda,
EISERES tot cassatie,
hierna: ISB,
advocaten: M.B.A. Alkema en M. Littooij,
tegen
1. [verweerder 1], wonende te [woonplaats],
2. [verweerder 2], wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
hierna gezamenlijk in enkelvoud: [verweerders],
advocaten: A.C. van Schaick en N.E. Groeneveld-Tijssens.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
de vonnissen in de zaak 4580806 CV EXPL 15-6470 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 20 januari 2016 en 8 juni 2016;
de arresten in de zaak 200.198.926/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 5 december 2017, 6 november 2018 en 2 juli 2019.
ISB heeft tegen de arresten van het hof van 6 november 2018 en 2 juli 2019 beroep in cassatie ingesteld.
[verweerders] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend, tevens houdende voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal W.L. Valk strekt tot verwerping van het principaal cassatieberoep.
De advocaten van ISB hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2.Beoordeling van het middel in het principale beroep
De Hoge Raad heeft de klachten over de arresten van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die arresten. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 vanPro de Wet op de rechterlijke organisatie).
Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat het middel in het principale beroep tot vernietiging van de arresten van het hof leidt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling.
3.Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het principale beroep;
veroordeelt ISB in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op € 407,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien ISB deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en F.J.P. Lock, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 17 juli 2020.