Uitspraak
wonende te [woonplaats],
gevestigd te Utrecht,
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
10 juli 2020.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak heeft eiseres cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag van 11 december 2018, waarin het geschil tussen haar en de FNV centraal stond over het recht op vrije advocaatkeuze voor een vakbondslid dat kosteloze rechtsbijstand ontvangt via de vakbond.
De Hoge Raad heeft de klachten van eiseres beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Daarbij heeft de Hoge Raad geen nadere motivering gegeven, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft het beroep van eiseres verworpen en haar veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding. De zaak betreft tevens de vraag of de vakbond in relatie tot haar leden optreedt als rechtsbijstandverzekeraar zoals bedoeld in Europese richtlijnen en de Wet op het financieel toezicht.
Het arrest is gewezen door de vicepresident als voorzitter en vier raadsheren, en in het openbaar uitgesproken door een van de raadsheren op 10 juli 2020.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd.