Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2020:1239

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 juli 2020
Publicatiedatum
7 juli 2020
Zaaknummer
19/00996
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 287 SrArt. 302 SrArt. 311 SrArt. 350 lid 1 SrArt. 6:4:20 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging arrest hof inzake medeplegen poging doodslag en schadevergoedingsmaatregel

De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van verdachte tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 22 februari 2019, waarin verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van poging doodslag, poging zware mishandeling, beschadiging en diefstal.

De klachten van verdachte over voorwaardelijk opzet en medeplegen werden door de Hoge Raad niet ontvankelijk verklaard om inhoudelijk te behandelen, omdat deze niet van belang waren voor de rechtsontwikkeling. Wel oordeelde de Hoge Raad ambtshalve over de toepassing van vervangende hechtenis bij de opgelegde schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de slachtoffers.

De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof voor zover vervangende hechtenis werd toegepast bij de schadevergoedingsmaatregel, verwijzend naar een eerdere uitspraak (ECLI:NL:HR:2020:914). Tevens bepaalde de Hoge Raad dat gijzeling van gelijke duur met toepassing van artikel 6:4:20 Sv Pro kan worden toegepast. Het beroep werd voor het overige verworpen.

Deze uitspraak verduidelijkt de regels omtrent de toepassing van vervangende hechtenis en gijzeling bij schadevergoedingsmaatregelen in strafzaken.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor zover vervangende hechtenis is toegepast bij de schadevergoedingsmaatregel; gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer19/00996
Datum7 juli 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 22 februari 2019, nummer 23/000549-17, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.C. Reisinger, advocaat te Utrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend voor zover bij de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de in het arrest genoemde slachtoffers vervangende hechtenis is toegepast, tot bepaling dat ten aanzien van de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de slachtoffers met toepassing van art. 6:4:20 Sv Pro gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

3.1
Het hof heeft de verdachte de verplichtingen opgelegd, kort gezegd, om aan de Staat ten behoeve van de in het arrest genoemde slachtoffers de in het arrest vermelde bedragen te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door het in het arrest telkens genoemde aantal dagen hechtenis.
3.2
De Hoge Raad zal de uitspraak van het hof ambtshalve vernietigen voor zover daarbij telkens vervangende hechtenis is toegepast, overeenkomstig hetgeen is beslist in
HR 26 mei 2020, ECLI:NL:HR:2020:914.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend voor zover bij de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de in het arrest genoemde slachtoffers telkens vervangende hechtenis is toegepast;
- bepaalt dat met toepassing van artikel 6:4:20 van Pro het Wetboek van Strafvordering telkens gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
7 juli 2020.