Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
7 juli 2020.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De betrokkene heeft cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 25 februari 2019, waarin een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel werd toegewezen. Het hof had geoordeeld dat het voordeel dat de betrokkene en zijn mededader uit diefstal hadden verkregen aan hen kon worden toegerekend, en dat er onvoldoende aanwijzingen waren dat het geld met andere partijen gedeeld moest worden.
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad heeft de klachten van de betrokkene beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van zijn oordeel te geven, omdat de vragen niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Het arrest is gewezen door de vice-president van Schendel als voorzitter en de raadsheren Buruma en van de Griend, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 7 juli 2020. Het beroep is verworpen, waarmee het hofarrest in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.