Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
23 juni 2020.
Hoge Raad
In deze strafzaak tegen de verdachte wegens ontucht met een 15-jarige pleegdochter heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van de verdachte behandeld. Het hof had de verdachte verplicht tot betaling van een schadevergoeding aan het slachtoffer, met vervangende hechtenis bij niet-betaling.
De Hoge Raad oordeelt ambtshalve dat het hof ten onrechte vervangende hechtenis heeft toegepast bij de schadevergoedingsmaatregel. Dit oordeel sluit aan bij een eerdere beslissing van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2020:914).
De Hoge Raad vernietigt daarom het deel van het hofarrest waarin vervangende hechtenis is opgelegd en bepaalt dat in plaats daarvan gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast conform artikel 6:4:20 Sv Pro. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
De uitspraak bevestigt de juiste toepassing van sancties bij niet-nakoming van schadevergoedingsverplichtingen en verduidelijkt de mogelijkheden van gijzeling in plaats van vervangende hechtenis.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor zover vervangende hechtenis is toegepast; gijzeling van gelijke duur kan worden toegepast.