ECLI:NL:HR:2020:1071

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 juni 2020
Publicatiedatum
17 juni 2020
Zaaknummer
19/00900
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 198 SrArt. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
5 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt bevoegdheid deurwaarder bij onttrekking auto aan beslag

In deze strafzaak heeft de verdachte cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag waarin hij werd veroordeeld wegens onttrekking van een auto aan beslag, zoals bedoeld in art. 198 Sr Pro. De verdediging voerde onder meer aan dat het hof het wetsartikel onjuist had geïnterpreteerd en betwistte de bevoegdheid van de deurwaarder die het beslag uitvoerde.

De Hoge Raad heeft de cassatiemiddelen van de verdachte beoordeeld en geoordeeld dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om inhoudelijk op de klachten in te gaan, omdat deze niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform art. 81 lid 1 RO Pro.

Uiteindelijk heeft de Hoge Raad het beroep verworpen en het arrest van het hof bevestigd. Hiermee blijft de veroordeling van de verdachte in stand en wordt de uitleg van art. 198 Sr Pro door het hof bekrachtigd. De uitspraak onderstreept tevens de bevoegdheid van de deurwaarder bij het uitvoeren van beslagleggingen op voertuigen.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer19/00900
Datum23 juni 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 30 oktober 2018, nummer 22/001874-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.A.M. van Oers, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur en aanvullende schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schrifturen zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
23 juni 2020.