ECLI:NL:HR:2020:1029

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 juni 2020
Publicatiedatum
8 juni 2020
Zaaknummer
19/02549
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 26 lid 1 Wet wapens en munitieArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad corrigeert kwalificatie voorhanden hebben munitie in strafzaak Lithoijen

In deze zaak stond de verdachte terecht voor het voorhanden hebben van munitie in Lithoijen. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch had het voorhanden hebben van munitie meermalen gekwalificeerd, wat de verdachte in cassatie aanvocht. De advocaat-generaal stelde voor het arrest te vernietigen en de kwalificatie te verbeteren.

De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte meerdere strafbare feiten had aangenomen voor het voorhanden hebben van munitie van categorie II en III. Volgens eerdere jurisprudentie levert het voorhanden hebben van meerdere patronen slechts één strafbaar feit op. Daarom vernietigde de Hoge Raad het hofarrest voor zover het de kwalificatie betreft en verbeterde deze tot één overtreding van artikel 26 lid 1 van Pro de Wet wapens en munitie.

Het beroep van de verdachte werd voor het overige verworpen. Hiermee bevestigt de Hoge Raad de eenheid en consistentie in de rechtspraak omtrent de kwalificatie van het voorhanden hebben van munitie. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren op 9 juni 2020.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest voor de kwalificatie en kwalificeert het voorhanden hebben van munitie als één strafbaar feit volgens artikel 26 lid 1 WWM.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer19/02549
Datum9 juni 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 27 mei 2019, nummer 20-000668-15, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend wat betreft de kwalificatie van het onder 2 bewezenverklaarde, tot verbetering van de kwalificatie, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

3.1
Het cassatiemiddel klaagt dat het hof het onder 2 bewezenverklaarde, voor zover betrekking hebbend op het voorhanden hebben van munitie, ten onrechte heeft gekwalificeerd als “handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd”, aangezien het bewezenverklaarde in zoverre slechts één overtreding van het in artikel 26 lid 1 Wet Pro wapens en munitie vervatte verbod oplevert.
3.2
Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 27 tot en met 30 is het middel terecht voorgesteld en zal de Hoge Raad de kwalificatie verbeteren.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de kwalificatie van het onder 2 bewezenverklaarde voorhanden hebben van munitie;
- kwalificeert het onder 2 bewezenverklaarde voorhanden hebben van munitie als medeplegen van handelen in strijd met artikel 26 lid 1 van Pro de Wet wapens en munitie;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
9 juni 2020.