Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
18 juni 2019.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de verdachte cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 19 oktober 2017, waarin hij werd veroordeeld voor medeplegen van poging diefstal. De verdachte klaagde onder meer over de motivering van de afwijzing van zijn verzoeken om getuigen te horen.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat het middel niet tot cassatie kan leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering is geen nadere motivering vereist omdat het middel geen rechtsvragen oproept die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Uiteindelijk heeft de Hoge Raad het beroep verworpen en het arrest van het gerechtshof bekrachtigd. De uitspraak werd gedaan door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, samen met raadsheren Y. Buruma en M.J. Borgers, op 18 juni 2019.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het gerechtshof.