Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
22 januari 2019.
Hoge Raad
De zaak betreft een klaagschrift ingediend door klaagster tegen een beslag op een personenauto die kennelijk was ingericht om goederen aan ambtelijk toezicht te onttrekken, zoals bedoeld in de Algemene douanewet (Adw).
De Rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats Haarlem, had het klaagschrift behandeld zonder de klaagster behoorlijke oproeping voor de raadkamerbehandeling, hetgeen volgens de Hoge Raad een wezenlijk verzuim is dat leidt tot nietigheid van de behandeling.
De Advocaat-Generaal concludeerde tot vernietiging van de beschikking en verwijzing naar de Rechtbank Amsterdam, die bevoegd is omdat de inbeslagname in Amsterdam plaatsvond.
De Hoge Raad volgt deze conclusie en vernietigt de bestreden beschikking, waarna de zaak wordt verwezen naar het Hof Amsterdam voor een nieuwe behandeling en beslissing op het klaagschrift.
Daarnaast is in cassatie de ontvankelijkheid van het beroep besproken, mede omdat de inbeslaggenomen auto inmiddels is vernietigd, maar dit leidt niet tot niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking wegens niet oproeping van klaagster en verwijst de zaak naar het Hof Amsterdam voor herbehandeling.