Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Beoordeling van het tweede middel
4.Beslissing
18 juni 2019.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van een verdachte in een witwaszaak waarbij de politie inkomensgegevens had opgevraagd bij de Belastingdienst op grond van het Handhavingsconvenant regio IJsselland. De verdachte stelde dat dit opvragen onrechtmatig was omdat het niet via artikel 126nd Sv was gebeurd en dat het convenant discriminerend was.
De Hoge Raad oordeelde dat het convenant een wettelijke grondslag bood voor gegevensverstrekking door de Belastingdienst aan de politie, zonder dat een redelijk vermoeden van een strafbaar feit vereist is. Het hof had terecht het bewijs niet uitgesloten. Ook bleek uit getuigenverhoren dat het convenant niet discriminerend was.
Daarnaast stelde de Hoge Raad vast dat de redelijke termijn in de cassatiefase was overschreden, wat leidde tot vermindering van de opgelegde taakstraf van 100 naar 90 uur, en de vervangende hechtenis van 50 naar 45 dagen. Het beroep werd verder verworpen.
Uitkomst: Bevestiging bewezenverklaring witwassen, vermindering taakstraf wegens termijnoverschrijding naar 90 uur en vervangende hechtenis naar 45 dagen.