ECLI:NL:HR:2019:852

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 juni 2019
Publicatiedatum
4 juni 2019
Zaaknummer
18/00750
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 6:94 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt matiging boete in koopovereenkomst registergoed

In deze zaak stond de matiging van een boeteclausule in een koopovereenkomst van registergoed centraal. Eiseres stelde dat het hof ten onrechte de boete niet had gematigd. De zaak is in eerste aanleg behandeld door de rechtbank Den Haag en in hoger beroep door het gerechtshof Den Haag.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van eiseres verworpen, waarbij het hof zijn oordeel bevestigde. De klachten van eiseres konden niet leiden tot cassatie, mede omdat deze niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling noodzaakten.

De Hoge Raad veroordeelde eiseres tevens in de kosten van het geding in cassatie, waarbij de kosten aan de zijde van verweersters werden begroot op €6.662,34 aan verschotten en €2.200,-- aan salaris, vermeerderd met wettelijke rente bij niet-tijdige betaling.

Deze uitspraak bevestigt de toepassing van artikel 6:94 BW Pro omtrent de matiging van boetes en benadrukt het belang van zorgvuldige beoordeling door lagere rechterlijke instanties in contractuele boetezaken.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer18/00750
Datum7 juni 2019
ARREST
In de zaak van
[eiseres],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
hierna: [eiseres],
advocaat: mr. T. Dohmen,
tegen
1. [verweerster 1],
gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [verweerster 2],
gevestigd te Hoevelaken,
VERWEERSTERS in cassatie,
hierna gezamenlijk: [verweersters],
advocaat: mr. P.A. Fruytier.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/09/439614 / HA ZA 13-0326 van de rechtbank te Den Haag van 20 augustus 2014;
b. het arrest in de zaak 200.161.280/01 van het gerechtshof Den Haag van 21 november 2017.
[eiseres] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[verweersters] hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor [verweersters] mede door mr. R.R. Oudijk.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweersters] begroot op € 6.662,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiseres] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op
7 juni 2019.