AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Cassatie over onrechtmatige gedraging en schoonmaakkosten politiecel
De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte die werd veroordeeld voor het onbruikbaar maken van een politiecel door daar te urineren en te braken. De verdachte voerde onder meer aan dat zijn gedraging niet wederrechtelijk was en dat hij onmenselijk of vernederend was behandeld in strijd met artikel 3 EVRMPro en artikel 7 IVBPRPro.
De Hoge Raad oordeelde dat deze verweren niet slaagden en dat de middelen niet tot cassatie konden leiden. Tevens werd geoordeeld over de vordering van de politie tot vergoeding van schoonmaakkosten. De Hoge Raad bevestigde dat de politie zich als benadeelde partij kan voegen in het strafproces, ook als de vordering niet direct verband houdt met de uitvoering van een publiekrechtelijke taak.
Het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch werd daarmee bevestigd en het cassatieberoep verworpen. De uitspraak benadrukt de toepassing van artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering en de doorkruisingsleer ten aanzien van privaatrechtelijke vorderingen door de overheid in strafzaken.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd, inclusief de toewijzing van schoonmaakkosten aan de politie.
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer17/03822
Datum4 juni 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 3 augustus 2017, nummer 20/003486-16, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993,
hierna: de verdachte.
1.Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft S.T. van Berge Henegouwen, advocaat te Maastricht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2.Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3.Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 juni 2019.