Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
14 mei 2019.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake poging doodslag door vanuit een personenauto meerdere keren te schieten op een inzittende van een andere auto in Almere in oktober 2012.
De advocaat van verdachte heeft een schriftuur ingediend, maar de Advocaat-Generaal heeft gesteld dat het beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie (RO), omdat alleen wordt geklaagd over de schending van de inzendtermijn.
De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen, omdat de partij onvoldoende belang heeft of de klachten niet tot cassatie kunnen leiden. Daarom verklaart de Hoge Raad het beroep niet-ontvankelijk op 14 mei 2019.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens schending van de inzendtermijn.