Uitspraak
1.Geding in cassatie
1° op grond van een overeenkomst van huurkoop onder zich houdt,
3.Beslissing
23 april 2019.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag inzake een snelheidsovertreding op 15 april 2013 op de Rijksweg A4. De overtreding bestond uit het rijden met 161 km/u waar 100 km/u was toegestaan. De bestuurder was onbekend gebleven, maar verdachte had het voertuig gehuurd.
De bewezenverklaring stelde dat verdachte houder was van het motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, derde lid van de Wegenverkeerswet 1994. Dit werd onderbouwd met een proces-verbaal, een ontkennend antwoordformulier van de kentekenhouder en een huurcontract tussen de kentekenhouder en verdachte.
De Hoge Raad oordeelde dat uit de bewijsmiddelen niet zonder meer volgt dat verdachte het voertuig tot duurzaam gebruik onder zich had, zoals vereist voor houder in de zin van de Wegenverkeerswet. Het enkele feit dat verdachte de auto had gehuurd op het moment van de overtreding volstaat niet.
Daarom is de bewezenverklaring niet naar de eis der wet met redenen omkleed en moet het arrest worden vernietigd. De zaak wordt terugverwezen naar het Hof Den Haag voor hernieuwde berechting en beslissing op het bestaande hoger beroep.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.