ECLI:NL:HR:2019:633

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 april 2019
Publicatiedatum
18 april 2019
Zaaknummer
18/03638
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 7:669 lid 3 onder e BWArt. 7:673 lid 7 onder c BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing cassatie in zaak transitievergoeding bij ontbinding arbeidsovereenkomst

In deze zaak staat de vraag centraal of de werknemer verwijtbaar of ernstig verwijtbaar heeft gehandeld, waardoor de transitievergoeding bij ontbinding van de arbeidsovereenkomst niet verschuldigd zou zijn. De zaak is in eerste aanleg behandeld door de kantonrechter te Haarlem en in hoger beroep door het gerechtshof Amsterdam. Roto Frank heeft tegen het arrest van het hof cassatie ingesteld bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad verwijst naar de eerdere uitspraken van de lagere instanties voor het feitencomplex en het verloop van de procedure. Het cassatieberoep van Roto Frank wordt verworpen omdat de aangevoerde klachten geen aanleiding geven tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad bevestigt daarmee het oordeel van het hof dat de transitievergoeding verschuldigd is en dat de werknemer niet verwijtbaar of ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Roto Frank wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding. De uitspraak is gedaan door de vicepresident en vier raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Roto Frank wordt verworpen en het arrest van het hof Amsterdam bekrachtigd.

Uitspraak

19 april 2019
Eerste Kamer
18/03638
TT/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
ROTO FRANK S.A.,
gevestigd te Nivelles, België,
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. A.H.M. van den Steenhoven,
t e g e n
[de Werknemer],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. S.F. Sagel.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Roto Frank en de Werknemer.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de beschikking in de zaak 6131094/AO VERZ 17-87 van de kantonrechter te Haarlem van 10 november 2017;
b. de beschikking in de zaak 200.232.958/01 van het gerechtshof Amsterdam van 22 mei 2018.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft Roto Frank beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Werknemer heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal R.H. de Bock strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van Roto Frank heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Roto Frank in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Werknemer begroot op € 397,07 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris.
Deze beschikking is gegeven door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren
A.H.T. Heisterkamp, M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op
19 april 2019.