ECLI:NL:HR:2019:597

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 april 2019
Publicatiedatum
15 april 2019
Zaaknummer
18/00659
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 350.1 SrArt. 81.1 RO
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor opzettelijk en wederrechtelijk onbruikbaar maken van goed door urineren in marechausseeruimte

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verdachte werd veroordeeld voor het opzettelijk en wederrechtelijk onbruikbaar maken van enig goed door in een ophoudruimte van de Koninklijke Marechaussee te urineren.

Verdachte verkeerde ten tijde van het incident onder invloed van alcohol en had zijn voorgeschreven medicatie niet ingenomen. Dit speelde een rol bij de beoordeling van zijn opzet. De Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het cassatieberoep, en de Hoge Raad volgde dit advies.

De Hoge Raad oordeelde dat het middel van cassatie niet tot cassatie kon leiden en dat het geen nadere motivering behoefde omdat het middel niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling noopt.

Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren, en het beroep werd verworpen, waarmee de veroordeling van verdachte in stand bleef.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor opzettelijk onbruikbaar maken van goed blijft in stand.

Uitspraak

16 april 2019
Strafkamer
nr. S 18/00659
ABO
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 11 januari 2018, nummer 23/002152-17, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en P. van Dongen, beiden advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
16 april 2019.