Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
9 april 2019.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van verdachte verworpen tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch. Het hof had verdachte veroordeeld voor het voorhanden hebben van vuurwapens en munitie in strijd met artikel 26, lid 1 van de Wet Wapens en Munitie (WWM), en voor handelen in strijd met artikel 2.C van de Opiumwet.
De middelen in cassatie richtten zich onder meer op de bewezenverklaring van het voorhanden hebben van de wapens, waarbij werd betwist dat verdachte bewust was van de aanwezigheid van de wapens en munitie in de buddyseats van scooters. Ook werd de motivering van de bewezenverklaring van de wetenschap van de aanwezigheid van LSD in de buddyseat van een bromfiets aangevochten.
De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het beroep werd derhalve verworpen, waarmee het arrest van het gerechtshof werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof wordt bekrachtigd.