ECLI:NL:HR:2019:551

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 april 2019
Publicatiedatum
5 april 2019
Zaaknummer
17/02129
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 26.1 WWMArt. 2.C OpiumwetArt. 81.1 RO
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring voorhanden hebben vuurwapens en drugs

In deze zaak heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van verdachte verworpen tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch. Het hof had verdachte veroordeeld voor het voorhanden hebben van vuurwapens en munitie in strijd met artikel 26, lid 1 van de Wet Wapens en Munitie (WWM), en voor handelen in strijd met artikel 2.C van de Opiumwet.

De middelen in cassatie richtten zich onder meer op de bewezenverklaring van het voorhanden hebben van de wapens, waarbij werd betwist dat verdachte bewust was van de aanwezigheid van de wapens en munitie in de buddyseats van scooters. Ook werd de motivering van de bewezenverklaring van de wetenschap van de aanwezigheid van LSD in de buddyseat van een bromfiets aangevochten.

De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het beroep werd derhalve verworpen, waarmee het arrest van het gerechtshof werd bekrachtigd.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof wordt bekrachtigd.

Uitspraak

9 april 2019
Strafkamer
nr. S 17/02129
AKA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 4 april 2017, nummer 20/002500-16, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben D.N. de Jonge en C. Grijsen, beiden advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
9 april 2019.