Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het tweede middel
3.Beoordeling van de middelen voor het overige
4.Beslissing
9 april 2019.
Hoge Raad
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan meervoudige oplichting door via een zelf opgericht juridisch advieskantoor goederen en diensten te bestellen bij verschillende ondernemers zonder deze te betalen. Het hof had de vorderingen van de benadeelde partijen inclusief btw toegewezen, wat door de verdediging werd bestreden omdat ondernemers de btw kunnen verrekenen met de fiscus.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof niet onjuist heeft geoordeeld dat de schade inclusief btw is geleden, aangezien de verdachte verplicht blijft tot betaling van de gefactureerde bedragen. Wel vernietigt de Hoge Raad het arrest voor zover het hof incassokosten van € 45,- ten onrechte heeft meegerekend in de toegewezen vordering van een benadeelde partij.
De Hoge Raad past het toegewezen bedrag aan van € 1.271,07 naar € 1.226,07 en wijzigt de schadevergoedingsmaatregel dienovereenkomstig. Voor het overige wordt het beroep verworpen. Hiermee wordt bevestigd dat de verdachte aansprakelijk blijft voor de schade door zijn oplichtingspraktijken, maar dat de schadevergoeding correct moet worden vastgesteld.
Uitkomst: Hoge Raad past toegewezen schadevergoeding aan wegens onterecht meegerekende btw en incassokosten, en verwerpt het beroep voor het overige.