ECLI:NL:HR:2019:472

Hoge Raad

Datum uitspraak
2 april 2019
Publicatiedatum
1 april 2019
Zaaknummer
16/05216
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 420bis SrArt. 420ter SrArt. 68.2 SrArt. 6 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatiezaak gewoontewitwassen

De verdachte is in cassatie gegaan tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag waarin hij was veroordeeld voor gewoontewitwassen. Het cassatieberoep is ingesteld door de verdachte, bijgestaan door advocaten.

De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot vernietiging van de strafduur en vermindering daarvan naar een gebruikelijke maatstaf, terwijl het beroep voor het overige werd verworpen. De Hoge Raad oordeelt dat de eerste en tweede middelen niet tot cassatie kunnen leiden en dat nadere motivering niet nodig is.

Het derde middel klaagt over de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM, vanwege te late toezending van stukken door het hof en de lange duur van de cassatiefase. De Hoge Raad acht dit middel gegrond en constateert dat meer dan twee jaar zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep.

Op grond hiervan vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof uitsluitend voor wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf en vermindert deze tot vier jaar en drie maanden. Het beroep wordt voor het overige verworpen.

Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot vier jaar en drie maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Uitspraak

2 april 2019
Strafkamer
nr. S 16/05216
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 7 oktober 2016, nummer 22/001116-11, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en P. van Dongen, beiden advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.

3.Beoordeling van het derde middel

3.1.
Het middel klaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.
3.2.
Het middel is gegrond. Voorts doet de Hoge Raad uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Een en ander brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van vier jaren en zes maanden.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
vermindert deze in die zin dat deze vier jaren en drie maanden beloopt;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
2 april 2019.