Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
19 maart 2019.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte die werd veroordeeld voor diefstal van blikken bier en energiedrank uit een supermarkt. Het gerechtshof Den Haag had hem veroordeeld en een bijzondere voorwaarde opgelegd om zich optimaal in te spannen voor het vinden en behouden van dagbesteding.
De verdediging stelde in cassatie dat deze bijzondere voorwaarde te onduidelijk en te onbepaald was, waardoor deze niet gehandhaafd kon worden. De Advocaat-Generaal concludeerde echter tot verwerping van het cassatieberoep.
De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat het geen rechtsvragen opriep die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Daarom werd het beroep verworpen zonder nadere motivering.
Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 19 maart 2019.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling met bijzondere voorwaarde blijft gehandhaafd.