ECLI:NL:HR:2019:276

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 februari 2019
Publicatiedatum
21 februari 2019
Zaaknummer
18/05123
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake machtiging voortgezet verblijf BOPZ

Betrokkene heeft beroep in cassatie ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank Den Haag van 11 oktober 2018, waarin een machtiging tot voortgezet verblijf werd verleend. De zaak betreft de toepassing van artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Strafvordering in samenhang met de BOPZ, met de vraag of de rechtbank een voorwaardelijke machtiging had moeten verlenen in plaats van een machtiging tot voortgezet verblijf.

De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend, terwijl de Advocaat-Generaal een conclusie tot verwerping van het cassatieberoep heeft uitgebracht. De advocaat van betrokkene heeft schriftelijk op deze conclusie gereageerd.

De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk is omdat de klachten niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling leiden.

Daarom wordt het beroep verworpen en blijft de beschikking van de rechtbank in stand. De uitspraak is gedaan door raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken door raadsheer M.V. Polak op 22 februari 2019.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beschikking tot machtiging voortgezet verblijf blijft gehandhaafd.

Uitspraak

22 februari 2019
Eerste Kamer
18/05123
TT/AR
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[betrokkene],
verblijvende te [verblijfplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. G.E.M. Later,
t e g e n
DE OFFICIER VAN JUSTITIE BIJ HET ARRONDISSEMENTSPARKET DEN HAAG,
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als betrokkene en de officier van justitie.

1.Het geding in feitelijke instantie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak C/09/560136 FA RK 18-6831 van de rechtbank Den Haag van 11 oktober 2018.
De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van de rechtbank heeft betrokkene beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.L.C.C. Lückers strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van betrokkene heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op
22 februari 2019.