Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
19 februari 2019.
Hoge Raad
De zaak betreft het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake medeplegen van gewoonteheling van auto-onderdelen en kentekenbewijzen en opzetheling van een personenauto.
De verdediging verzocht om het horen van een getuige die in het vooronderzoek een verklaring had afgelegd, maar dit verzoek werd afgewezen omdat de verdediging reeds een schriftelijke verklaring had overgelegd. Tevens voerde de verdediging het Meer en Vaart-verweer aan, stellende dat de vermenging van gestolen goederen met persoonlijke spullen van verdachte buiten diens medeweten had plaatsgevonden.
De Hoge Raad oordeelde dat de middelen van cassatie niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was omdat er geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Het beroep werd derhalve verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor medeplegen gewoonteheling en opzetheling.