ECLI:NL:HR:2019:1902

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 december 2019
Publicatiedatum
4 december 2019
Zaaknummer
18/03538
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 14.1 WWMArt. 9.1 WWMArt. 55.3.a WWMArt. 2.1 WWM
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Cassatie over medeplegen invoer en transformatie van wapens en de kwalificatie van alarm- en startpistolen

De zaak betreft het cassatieberoep van een verdachte die werd veroordeeld voor medeplegen van het zonder toestemming invoeren van pistolen en revolverframes vanuit België, alsmede het medeplegen van het zonder erkenning transformeren van alarm- en startpistolen. De centrale vraag was of alarm- en startpistolen kunnen worden aangemerkt als wapens als bedoeld in categorie III van de Wet wapens en munitie (WWM).

Het gerechtshof Den Haag had de verdachte veroordeeld en de Hoge Raad werd gevraagd het arrest te toetsen. De verdediging voerde een middel van cassatie aan, maar dit werd door de Hoge Raad verworpen, omdat het middel geen aanleiding gaf tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad bevestigde daarmee de eerdere beoordeling van het hof en oordeelde dat alarm- en startpistolen niet onder categorie III van de WWM vallen. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee de veroordeling van de verdachte in stand bleef.

Het arrest werd gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter en raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.L.J. van Strien, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 10 december 2019.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling van de verdachte blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer18/03538
Datum10 december 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 6 augustus 2018, nummer 22/000861-15, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983,
hierna: de verdachte.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.Y. Taekema, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De plaatsvervangend Advocaat-Generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
10 december 2019.