Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
10 december 2019.
Hoge Raad
In deze zaak stond de verdachte terecht voor medeplegen van het wegmaken van een lijk dat in 2009 in het IJ-meer te Amsterdam werd aangetroffen. Het gerechtshof Amsterdam had de verdachte eerder veroordeeld. De verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest.
De advocaat van de verdachte diende een middel van cassatie in, maar de Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat het middel geen aanleiding gaf tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarom werd het cassatieberoep verworpen en bleef het arrest van het gerechtshof in stand. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad tijdens een openbare terechtzitting op 10 december 2019.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen, het arrest van het gerechtshof blijft in stand.