Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
26 november 2019.
Hoge Raad
Op 28 oktober 2015 vond een schietincident plaats na een achtervolging met auto's te Enschede, waarbij poging tot doodslag meermalen werd gepleegd. De verdachte werd hiervoor door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld. Op 26 november 2019 heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van de verdachte behandeld.
De verdediging diende een schriftuur in namens de verdachte. De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het beroep beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit omdat de verdachte klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
Daarom heeft de Hoge Raad, overeenkomstig artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal, het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Het arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter en raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.L.J. van Strien op 26 november 2019.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte is niet-ontvankelijk verklaard.