ECLI:NL:HR:2019:176

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 februari 2019
Publicatiedatum
5 februari 2019
Zaaknummer
16/03537
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94 SvArt. 552a Sv
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens onjuiste maatstaf bij beklag tegen beslag ex art. 94 Sv

De zaak betreft een beklag van een derde, klager, tegen beslaglegging op geldbedragen op Schiphol in het kader van een strafrechtelijk onderzoek naar witwassen. Klager stelt rechthebbende te zijn op een deel van de in beslag genomen bedragen. De rechtbank Noord-Holland verklaarde het klaagschrift ongegrond omdat klager niet buiten redelijke twijfel had aangetoond rechthebbende te zijn.

De Hoge Raad stelt vast dat de rechtbank weliswaar het juiste toetsingskader heeft weergegeven, maar vervolgens een onjuiste maatstaf heeft toegepast door te eisen dat klager buiten redelijke twijfel eigenaar of rechthebbende moest zijn en geen stukken over te leggen ter onderbouwing van de legaliteit van de bedragen. Dit is niet de juiste standaard bij een beklag van een derde tegen beslag ex art. 94 Sv Pro.

De Hoge Raad vernietigt daarom de bestreden beschikking en wijst de zaak terug naar de rechtbank voor een nieuwe beoordeling op het bestaande klaagschrift. Tevens is in de procedure aandacht besteed aan de ontvankelijkheid van het cassatieberoep, mede gelet op een verbeurdverklaring van een deel van de geldbedragen door het Openbaar Ministerie.

De beschikking is gegeven door de vice-president en twee raadsheren, en uitgesproken in een openbare terechtzitting op 5 februari 2019.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en wijst de zaak terug voor herbehandeling van het klaagschrift.

Uitspraak

5 februari 2019
Strafkamer
nr. S 16/03537 B
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats Haarlem, van 2 mei 2016, nummer RK 16/001491, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:
[klager], geboren te [geboorteplaats] (Ghana) op [geboortedatum] 1971.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De plaatsvervangend Advocaat-Generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot terugwijzing van de zaak naar de Rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats Haarlem, opdat de zaak op het bestaande klaagschrift opnieuw wordt behandeld en afgedaan.

2.Beoordeling van het middel

2.1.
Het middel klaagt onder meer dat de Rechtbank bij de beoordeling van het klaagschrift een onjuiste maatstaf heeft toegepast.
2.2.
Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de plaatsvervangend Advocaat-Generaal onder 4.1 tot en met 4.3 is het middel in zoverre terecht voorgesteld. Het middel behoeft voor het overige geen bespreking.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden beschikking;
wijst de zaak terug naar de Rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats Haarlem, opdat de zaak op het bestaande klaagschrift opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
5 februari 2019.