Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
12 november 2019.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch inzake diefstal van een fiets door verbreking, diefstal van een zak snoep en het aanwezig hebben van hennep. Centraal stond de vraag of het uitreiken van de appeldagvaarding aan een huisgenoot op het BRP-adres van de verdachte voldeed aan de vereisten van art. 588a.1.b Sv.
Het hof had geoordeeld dat het adres van de nachtopvang van het Leger des Heils, hoewel niet het BRP-adres ten tijde van het onderzoek, wel als feitelijke woon- of verblijfplaats van de verdachte kon worden aangemerkt volgens art. 588.1.b.2 Sv, maar niet als adres in de zin van art. 588a.1.b Sv. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en oordeelt dat het middel van cassatie niet tot cassatie kan leiden.
De Hoge Raad acht geen nadere motivering nodig omdat het middel geen rechtsvragen oproept die in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling beantwoord moeten worden. Het beroep wordt derhalve verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.