ECLI:NL:HR:2019:1724
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitsluiting alcoholhoudende dranken van verlaagd btw-tarief in restaurants
In deze zaak stond centraal of alcoholhoudende dranken die in een restaurant worden verstrekt, kunnen worden belast tegen het verlaagde btw-tarief wanneer ze samen met voedingsmiddelen worden aangeboden. Belanghebbende stelde dat de verstrekking van voedingsmiddelen en alcoholhoudende dranken één samengestelde prestatie vormt, waardoor het verlaagde tarief voor de gehele dienst zou moeten gelden.
Het Hof 's-Hertogenbosch oordeelde dat zelfs als sprake is van een samengestelde restaurantdienst, de levering van alcoholhoudende dranken kan worden uitgesloten van het verlaagde tarief. Dit is toegestaan op grond van de BTW-richtlijn 2006, die lidstaten expliciet de mogelijkheid geeft om alcoholhoudende dranken uit te zonderen van het verlaagde tarief bij restaurantdiensten.
De Hoge Raad bevestigde deze uitleg en verwierp het cassatieberoep. De Hoge Raad benadrukte dat de Nederlandse wetgever de richtlijn correct heeft geïmplementeerd door alcoholhoudende dranken niet als voedingsmiddelen te classificeren en deze onder het algemene tarief te brengen. De afwijkende wetgevingstechniek doet hieraan niet af. Het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en alcoholhoudende dranken in restaurants vallen niet onder het verlaagde btw-tarief.