ECLI:NL:HR:2019:1617
Hoge Raad
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen raadsheren Hoge Raad in belastingzaak
Verzoeker heeft bij de Hoge Raad een wrakingsverzoek ingediend tegen de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools, die betrokken waren bij een cassatieprocedure in een belastingzaak. Het verzoek was gebaseerd op vermeende belangenverstrengeling vanwege hun samenwerking als docenten bij de beroepsopleiding van belastingadviseurs.
De Hoge Raad heeft het wrakingsverzoek inhoudelijk beoordeeld aan de hand van artikel 8:15 Awb Pro en artikel 29 Algemene Pro wet inzake rijksbelastingen, waarbij werd vastgesteld dat een rechter uit hoofde van zijn functie onpartijdig wordt vermoed, tenzij er zwaarwegende aanwijzingen zijn voor vooringenomenheid. De enkele omstandigheid van gezamenlijke docentschappen werd niet als voldoende grond gezien.
Verzoeker is uitgenodigd voor een zitting maar is zonder bericht van verhindering niet verschenen. De Hoge Raad concludeert dat de gestelde systematische en langdurige samenwerking niet leidt tot een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid en wijst het wrakingsverzoek daarom af.
Het arrest is op 25 oktober 2019 in het openbaar uitgesproken door de vierde kamer van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de raadsheren wordt afgewezen wegens gebrek aan zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.