ECLI:NL:HR:2019:1585

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 oktober 2019
Publicatiedatum
14 oktober 2019
Zaaknummer
18/02417
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 311 Sr
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Cassatie over verstekverlening en aanwezigheidsrecht bij medeplegen diefstal door inklimming

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch inzake medeplegen van diefstal door inklimming, artikel 311, lid 1 Sr. De verdachte was niet verschenen bij de terechtzitting en zijn raadsman had verzocht om een VIP-controle, een procedure om te controleren of de verdachte rechtens van zijn vrijheid was beroofd.

Het hof had verstek verleend zonder nader onderzoek naar de rechtmatigheid van de vrijheidsberoving van verdachte. De vraag was of het hof dit mocht doen zonder de gevraagde VIP-controle uit te voeren of andere bewijzen te onderzoeken.

De Advocaat-Generaal gaf een toelichting over de beperkte betekenis van een VIP-controle en SKDB-print voor de beoordeling of een verdachte rechtens van zijn vrijheid is beroofd. De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kan leiden en dat geen nadere motivering nodig is omdat het middel geen rechtsvragen oproept die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt daarmee het arrest van het hof zonder nadere motivering.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het verstekvonnis van het hof.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer18/02417
Datum15 oktober 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 23 februari 2018, nummer 20/002472-17, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,
hierna: de verdachte.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft F.E.J. Janzing, advocaat te Wijchen, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De plaatsvervangend Advocaat-Generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
15 oktober 2019.