Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
15 oktober 2019.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch inzake medeplegen van diefstal door inklimming, artikel 311, lid 1 Sr. De verdachte was niet verschenen bij de terechtzitting en zijn raadsman had verzocht om een VIP-controle, een procedure om te controleren of de verdachte rechtens van zijn vrijheid was beroofd.
Het hof had verstek verleend zonder nader onderzoek naar de rechtmatigheid van de vrijheidsberoving van verdachte. De vraag was of het hof dit mocht doen zonder de gevraagde VIP-controle uit te voeren of andere bewijzen te onderzoeken.
De Advocaat-Generaal gaf een toelichting over de beperkte betekenis van een VIP-controle en SKDB-print voor de beoordeling of een verdachte rechtens van zijn vrijheid is beroofd. De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kan leiden en dat geen nadere motivering nodig is omdat het middel geen rechtsvragen oproept die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt daarmee het arrest van het hof zonder nadere motivering.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het verstekvonnis van het hof.