Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Beoordeling van het tweede middel
4.Beslissing
8 oktober 2019.
Hoge Raad
Op 19 januari 2014 hielden politieambtenaren een verdachte aan wegens wildplassen in de gemeente Ede. Tijdens de aanhouding ontstond een worsteling waarbij de verdachte de hoofdagent bij diens testikels vastgreep. Hoewel er geen lichamelijk letsel werd vastgesteld, oordeelde het hof dat deze handeling een min of meer hevige onlust veroorzakende gewaarwording teweegbracht en daarmee onder mishandeling viel.
De Hoge Raad herhaalde de criteria uit eerdere jurisprudentie dat mishandeling ook het opzettelijk veroorzaken van hevige onlust aan het lichaam kan omvatten, zonder dat sprake hoeft te zijn van lichamelijk letsel of pijn. De bewezenverklaring was gebaseerd op verklaringen van de betrokken verbalisanten, camerabeelden en de eigen bekentenis van de verdachte.
De Hoge Raad achtte het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd en verwierp het cassatieberoep. Hiermee bleef de veroordeling van de verdachte voor mishandeling van een ambtenaar tijdens de rechtmatige uitoefening van zijn bediening in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van de verdachte voor mishandeling door het vastgrijpen van de testikels van een hoofdagent tijdens diens rechtmatige aanhouding.