ECLI:NL:HR:2019:1533

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 oktober 2019
Publicatiedatum
4 oktober 2019
Zaaknummer
18/04338
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94 SvArt. 552a Sv
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring klaagschrift teruggave auto bij beslag in witwaszaak

In deze zaak betrof het een klaagschrift van de klager gericht op de teruggave van een BMW die in beslag was genomen in het kader van een verdenking van witwassen. De Rechtbank Zeeland-West-Brabant had het klaagschrift gegrond verklaard en de teruggave bevolen.

Echter bleek uit het dossier dat de politierechter reeds op 12 juni 2018 in de strafzaak tegen de klager had beslist tot teruggave van hetzelfde voertuig. Hierdoor kon de rechtbank op het klaagschrift geen andere beslissing meer nemen. De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank de klager niet-ontvankelijk had moeten verklaren in zijn klaagschrift.

De Hoge Raad vernietigde daarom de bestreden beschikking en verklaarde de klager alsnog niet-ontvankelijk. De omstandigheid dat het Openbaar Ministerie hoger beroep had ingesteld tegen het vonnis van de politierechter maakte dit niet anders. Hiermee werd bevestigd dat het klaagschrift niet ontvankelijk was omdat het besluit van de strafrechter bindend was.

Deze uitspraak verduidelijkt de procedurele regels omtrent beklag tegen beslagbesluiten en de ontvankelijkheid van dergelijke klaagschriften wanneer de strafrechter reeds een beslissing heeft genomen.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de klager niet-ontvankelijk in zijn klaagschrift en vernietigt de bestreden beschikking.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer18/04338
Datum8 oktober 2019
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Zeeland-West‑Brabant, zittingsplaats Breda, van 4 september 2018, nummer RK 16/1378, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend
door
[klager],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1997,
hierna: de klager.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door het Openbaar Ministerie. Het heeft bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot de niet-ontvankelijkverklaring van de klager in zijn klaagschrift.

2.Ambtshalve beoordeling van de bestreden beschikking

2.1
Het cassatieberoep is gericht tegen een beschikking van de Rechtbank Zeeland-West‑Brabant, zittingsplaats Breda, van 4 september 2018 waarbij een klaagschrift van de klager voor zover strekkende tot teruggave van een BMW met kenteken [kenteken] gegrond is verklaard.
2.2
Bij de stukken van het geding bevindt zich een afschrift van het mondelinge vonnis van de Politierechter van 12 juni 2018 in de strafzaak tegen de klager. Dit vonnis houdt, voor zover hier van belang, in:
“De politierechter gelast de teruggave van het inbeslaggenomen goed, te weten:
2016103215 1 1.00 STK Personenauto [kenteken]
BMW 6er Reihe 2004 Kl:zwart
G1530730
aan: verdachte”
2.3
In aanmerking genomen dat de strafrechter reeds ten tijde van de behandeling van het klaagschrift in raadkamer op 15 juni 2018 en 31 augustus 2018 omtrent het beslag in de strafzaak tegen de klager had beslist, en zodoende op het klaagschrift geen (andersluidende) beslissing meer kon volgen, had de Rechtbank de klager niet-ontvankelijk moeten verklaren in zijn klaagschrift. Dat in de bestreden beschikking melding wordt gemaakt van de omstandigheid dat de Officier van Justitie tijdens de behandeling in raadkamer heeft aangegeven dat het Openbaar Ministerie tegen voornoemd vonnis hoger beroep heeft ingesteld, maakt dit niet anders. De Hoge Raad zal doen wat de Rechtbank had behoren te doen en de klager alsnog niet-ontvankelijk verklaren in het beklag.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de bestreden beschikking;
- verklaart de klager alsnog niet-ontvankelijk in het beklag.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
8 oktober 2019.