ECLI:NL:HR:2019:1523
Hoge Raad
- Artikel 80a RO-zaken
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in bestuursrechtelijke belastingzaak
Belanghebbende uit Duitsland heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag inzake een bestuursrechtelijke belastingzaak. De Hoge Raad heeft het beroep inhoudelijk beoordeeld op ontvankelijkheid.
De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen, omdat belanghebbende klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden. Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal verklaart de Hoge Raad het beroep niet-ontvankelijk.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het arrest is gewezen door de vice-president G. de Groot als voorzitter en de raadsheren M.A. Fierstra en P.A.G.M. Cools, en in het openbaar uitgesproken op 11 oktober 2019.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende belang of gebrek aan cassatiegronden.