Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
1 oktober 2019.
Hoge Raad
In deze strafzaak heeft de Hoge Raad het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vernietigd en de zaak terugverwezen. Het hof had verstek verleend tegen de verdachte omdat geen woon- of verblijfplaats in Nederland bekend was en de oproeping aan de griffier was betekend.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft onderzocht of het adres dat tijdens de inhoudelijke behandeling door de verdachte is opgegeven en in het vonnis van de rechtbank is vermeld, als feitelijke woon- of verblijfplaats kon worden aangemerkt. Dit terwijl een e-mail van de vrouw van de verdachte aan diens raadsman dit adres vermeldde.
Zonder nadere motivering is het onbegrijpelijk dat het hof niet heeft geprobeerd de oproeping aan dat adres te betekenen. Daarom is het arrest vernietigd en is de zaak terugverwezen naar het hof voor een nieuwe behandeling en beslissing.
Uitkomst: Het arrest van het hof is vernietigd en de zaak is terugverwezen voor nieuwe berechting wegens onjuiste betekening van de oproeping.