Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste en het tweede middel
3.Beoordeling van het derde middel
4.Beslissing
1 oktober 2019.
Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof Den Haag veroordeeld voor meermalige oplichting door cruises te boeken onder valse naam met valse of gestolen creditcards. In cassatie betwistte de verdachte zijn betrokkenheid en het oordeel van het hof over zijn bedrieglijke handelen.
De Hoge Raad oordeelt dat de middelen niet leiden tot cassatie, behalve dat de redelijke termijn in de cassatiefase is overschreden omdat stukken te laat werden ingezonden en het arrest pas na meer dan twee jaar na het cassatieberoep is gewezen.
Hierdoor wordt de straf verminderd van 600 dagen gevangenisstraf, waarvan 208 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, naar 570 dagen gevangenisstraf met dezelfde voorwaarden. Het beroep wordt verder verworpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd van 600 naar 570 dagen wegens overschrijding van de redelijke termijn.