ECLI:NL:HR:2019:1466

Hoge Raad

Datum uitspraak
1 oktober 2019
Publicatiedatum
30 september 2019
Zaaknummer
17/06079
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 9.5 WVW 1994
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak rijden tijdens geschorst rijbewijs

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin verdachte werd veroordeeld voor het rijden terwijl hij wist dat zijn rijbewijs geschorst was. De kernvraag was of uit verklaringen van verdachte kon worden afgeleid dat hij op het moment van het rijden op 4 juli 2016 wist dat zijn rijbewijs geschorst was sinds 30 november 2015.

Verdachte had op 14 april 2016 aan de politie verklaard dat hem was verteld dat zijn rijbewijs was geschorst vanaf 30 november 2015. In een verklaring tijdens het hoger beroep gaf hij aan te denken dat zijn rijbewijs op 4 juli 2016 weer geldig was vanwege het lange tijdsverloop en een recente rechtszaak.

De Hoge Raad oordeelde dat het middel van cassatie niet tot cassatie kon leiden en dat het niet noodzakelijk was om de rechtsvragen nader te motiveren. Het beroep werd verworpen, waarmee de veroordeling van het hof bleef staan.

De uitspraak werd gedaan door de vice-president J. de Hullu als voorzitter en raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers op 1 oktober 2019.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en de veroordeling wegens rijden tijdens geschorst rijbewijs blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer17/06079
Datum1 oktober 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 14 november 2017, nummer 21/001154-17, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,
hierna: de verdachte.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft S.F.W. van 't Hullenaar, advocaat te Arnhem, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
1 oktober 2019.