ECLI:NL:HR:2019:1368
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake belastingaanslagen en boetebeschikkingen
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag betreffende de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen, alsmede de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet en de daarbij behorende boetebeschikkingen en beschikkingen inzake heffings- en belastingrente over de jaren 2011 tot en met 2013.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie is geen nadere motivering vereist omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken op 20 september 2019.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.