ECLI:NL:HR:2019:1313

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 september 2019
Publicatiedatum
10 september 2019
Zaaknummer
17/05473
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 302 lid 1 SrArt. 6 lid 1 EVRMArt. 6 lid 3 sub d EVRM
Verwijzingen
6 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Cassatieberoep verworpen in zaak poging zware mishandeling met auto in Zaandam

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 24 mei 2017, waarin verdachte werd veroordeeld voor poging zware mishandeling door met een auto op twee mensen in te rijden in Zaandam.

Het cassatieberoep werd ingesteld door de verdachte en behandeld door de Hoge Raad. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat het middel van cassatie niet tot cassatie kon leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was.

Daarnaast werd ambtshalve beoordeeld dat de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro was overschreden, maar gelet op de opgelegde taakstraf en de mate van overschrijding werd hieraan geen rechtsgevolg verbonden.

De Hoge Raad besloot het cassatieberoep te verwerpen en bevestigde daarmee het arrest van het gerechtshof.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte werd verworpen en de veroordeling voor poging zware mishandeling werd bevestigd met een taakstraf van 72 uur en subsidiair 36 dagen hechtenis.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer17/05473
Datum10 september 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 24 mei 2017, nummer 23/001597-14, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,
hierna: de verdachte.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.S. Nan, advocaat te
's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Het middel is schriftelijk toegelicht.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Gelet op de aan de verdachte opgelegde taakstraf van 72 uren, subsidiair 36 dagen hechtenis, en de mate waarin de redelijke termijn is overschreden, is er geen aanleiding om aan het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden enig rechtsgevolg te verbinden en zal de Hoge Raad met dat oordeel volstaan.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
10 september 2019.