Uitspraak
verblijvende te [plaats],
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
19 juli 2019.
Hoge Raad
Betrokkene heeft cassatieberoep ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank Overijssel van 12 februari 2019 betreffende de machtiging tot voortgezet verblijf op grond van de Wet Bopz. De rechtbank had de stoornis van de geestvermogens vastgesteld en het causale verband tussen deze stoornis en het gevaar beoordeeld.
De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad heeft het middel inhoudelijk beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet leiden tot cassatie, mede omdat deze niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling noodzaken.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep verworpen en de beschikking van de rechtbank bevestigd. De uitspraak is gedaan door de raadsheren en in het openbaar uitgesproken door de vicepresident op 19 juli 2019.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beschikking van de rechtbank bevestigd.