ECLI:NL:HR:2019:119

Hoge Raad

Datum uitspraak
29 januari 2019
Publicatiedatum
28 januari 2019
Zaaknummer
17/05169
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering betalingsverplichting profijtontneming wegens overschrijding redelijke termijn

De betrokkene stelde beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch betreffende een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit opiumwetdelicten.

De Advocaat-Generaal adviseerde vernietiging van de bestreden uitspraak uitsluitend wat betreft de hoogte van de betalingsverplichting, met vermindering daarvan conform de gebruikelijke maatstaf, en verwerping van het beroep voor het overige.

De Hoge Raad oordeelde dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM, in de cassatiefase was overschreden doordat stukken te laat door het hof waren ingezonden. Dit leidde tot vermindering van de opgelegde betalingsverplichting van € 780.670,- naar € 775.670,-.

De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest uitsluitend voor wat betreft de hoogte van de betalingsverplichting en verwierp het beroep voor het overige. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren in aanwezigheid van de waarnemend griffier.

Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de betalingsverplichting tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Uitspraak

29 januari 2019
Strafkamer
nr. S 17/05169 P
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 10 juli 2017, nummer 20/003410-13, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:
[betrokkene], geboren te [geboorteplaats] (Turkije) op [geboortedatum] 1976.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft J.W. Heemskerk, advocaat te Roermond, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, doch uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde betalingsverplichting, tot vermindering daarvan overeenkomstig de gebruikelijke maatstaf, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van het tweede middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beoordeling van het eerste middel

3.1.
Het middel klaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.
3.2.
Het middel is gegrond. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de betrokkene opgelegde betalingsverplichting van € 780.670,-.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde betalingsverplichting ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel;
vermindert het te betalen bedrag in die zin dat de hoogte daarvan € 775.670,-bedraagt;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
29 januari 2019.