ECLI:NL:HR:2019:1165

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 juli 2019
Publicatiedatum
9 juli 2019
Zaaknummer
18/00304
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 26 WWMArt. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep wegens voorhanden hebben vuurwapen en munitie

In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor het voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie, zoals bedoeld in artikel 26 van Pro de Wet Wapens en Munitie (WWM). Het Gerechtshof Den Haag had de verdachte veroordeeld en het arrest van het hof werd aangevochten in cassatie door de verdachte. De kern van het cassatiemiddel betrof bewijsklachten, met name over de denaturering van een getuigenverklaring, innerlijke tegenstrijdigheden en de waardering van de tweede verklaring van de getuige door het hof.

De Hoge Raad oordeelde dat het cassatiemiddel niet tot cassatie kon leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad verwierp het beroep en bevestigde daarmee het arrest van het hof.

Het arrest werd gewezen door de vice-president van de Hoge Raad en twee raadsheren, en uitgesproken in een openbare terechtzitting op 9 juli 2019. De advocaat-generaal had geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer18/00304
Datum9 juli 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van
22 december 2017, nummer 22/001903-17, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,
hierna: de verdachte.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft W.H. Jebbink, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De plaatsvervangend Advocaat-Generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
9 juli 2019.