ECLI:NL:HR:2019:1072

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 juli 2019
Publicatiedatum
1 juli 2019
Zaaknummer
18/05082
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 138 SvArt. 358 SvArt. 359 SvArt. 404.1 Sv
Verwijzingen
8 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens onjuiste rechtsopvatting over einduitspraak in hoger beroep

Het Openbaar Ministerie stelde cassatie in tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin het hof de beslissing van de rechtbank tot niet-ontvankelijkheid van het OM in hoger beroep als geen einduitspraak kwalificeerde.

De Hoge Raad overwoog dat op grond van eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:HR:2016:1) een beslissing van de rechtbank tot niet-ontvankelijkheid van het OM in vervolging wel als een einduitspraak in de zin van artikel 138 Sv Pro moet worden beschouwd, ook als deze mondeling is gegeven en slechts is aangetekend in het proces-verbaal.

De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting en beslissing, waarbij het hof rekening moet houden met de juiste rechtsopvatting over de einduitspraak.

De uitspraak benadrukt het belang van correcte kwalificatie van beslissingen in het strafprocesrecht en bevestigt dat mondelinge uitspraken, ook zonder schriftelijk vonnis, als einduitspraak kunnen gelden waartegen hoger beroep mogelijk is.

De zaak betreft een economische strafzaak tegen verdachte geboren in 1965, waarbij het cassatieberoep door het OM werd ingesteld.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer18/05082
Datum9 juli 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, Economische Kamer, van 16 april 2015, nummer 21/003704-14, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965,
hierna: de verdachte.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door het Openbaar Ministerie. Het heeft bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, economische kamer, om opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2.Beoordeling van het middel

2.1
Het middel klaagt dat het oordeel van het Hof dat de door de Rechtbank op 12 juni 2014 gegeven beslissing geen einduitspraak is in de zin van art. 138 Sv Pro waartegen hoger beroep openstaat, blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting, althans ontoereikend is gemotiveerd.
2.2
Op de gronden die zijn vermeld in HR 5 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:1 is het middel terecht voorgesteld.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de bestreden uitspraak;
- wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
9 juli 2019.