ECLI:NL:HR:2019:103

Hoge Raad

Datum uitspraak
29 januari 2019
Publicatiedatum
24 januari 2019
Zaaknummer
17/02710
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 420ter SrArt. 22d SrArt. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt taakstraf en corrigeert vervangende hechtenis bij gewoontewitwassen

De verdachte werd door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor het plegen van gewoontewitwassen en kreeg een taakstraf van 95 uren opgelegd, met een subsidiaire vervangende hechtenis van 48 dagen. De verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest. De Advocaat-Generaal adviseerde het beroep te verwerpen.

De Hoge Raad oordeelde dat het cassatiemiddel niet tot cassatie kan leiden en dat nadere motivering niet vereist is omdat het middel geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproept. Ambtshalve stelde de Hoge Raad vast dat de vervangende hechtenis niet in overeenstemming was met artikel 22d, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht, dat voorschrijft dat voor elke twee uren taakstraf niet meer dan één dag vervangende hechtenis mag worden opgelegd.

De Hoge Raad verbeterde daarom de bestreden uitspraak door de vervangende hechtenis te verminderen van 48 naar 47 dagen, waarmee de strafoplegging in overeenstemming werd gebracht met de wettelijke voorschriften. Het cassatieberoep werd verworpen en het arrest van het hof bleef in stand met deze correctie.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en corrigeert ambtshalve de vervangende hechtenis naar 47 dagen.

Uitspraak

29 januari 2019
Strafkamer
nr. S 17/02710
DAZ/ABG
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 14 april 2017, nummer 21/001389-17, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft V.C. van der Velde, advocaat te Almere, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak

3.1.
Het Hof heeft de verdachte ter zake van "van het plegen van witwassen een gewoonte maken" veroordeeld tot een taakstraf van 95 uren, subsidiair 48 dagen hechtenis.
3.2.
Art. 22d, derde lid, Sr schrijft voor dat voor elke twee uren van de taakstraf niet meer dan één dag vervangende hechtenis wordt opgelegd. De door het Hof bepaalde vervangende hechtenis is met dit voorschrift in strijd. De Hoge Raad leest de bestreden uitspraak met verbetering van die misslag.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verstaat dat het Hof de vervangende hechtenis heeft bepaald op 47 dagen;
verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
29 januari 2019.