ECLI:NL:HR:2018:973

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 juni 2018
Publicatiedatum
20 juni 2018
Zaaknummer
17/02062
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt uitleg polis en verwerpt beroep op voorbehoud door verzekeraar

In deze zaak heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van eiseressen tegen ABN AMRO Schadeverzekering verworpen. De kern van het geschil betrof de uitleg van een verzekeringspolis waarin de verzekeraar een uitkering weigerde op grond van een in de polis opgenomen voorbehoud.

De feiten en eerdere rechtspraak zijn vastgesteld door de rechtbank Overijssel en het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, waarvan de uitspraken in het geding zijn gebracht. Eiseressen stelden dat de polis anders uitgelegd moest worden dan door de verzekeraar werd gedaan.

De Hoge Raad heeft de uitleg van de polis bevestigd aan de hand van de Haviltex-maatstaf, waarbij de bedoeling van partijen en de redelijke verwachtingen van de verzekerde centraal staan. Tevens is de uitleg contra proferentem toegepast, waarbij onduidelijkheden in het nadeel van de verzekeraar worden uitgelegd.

Desondanks oordeelde de Hoge Raad dat het beroep van eiseressen niet slaagt en dat de weigering van de uitkering door ABN AMRO gerechtvaardigd was. De Hoge Raad veroordeelde eiseressen tevens in de kosten van het geding in cassatie.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseressen wordt verworpen en de weigering van de uitkering door ABN AMRO bevestigd.

Uitspraak

22 juni 2018
Eerste Kamer
17/02062
LZ/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [eiseres 1],
gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [eiseres 2],
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERESSEN tot cassatie,
advocaat: mr. J. den Hoed,
t e g e n
ABN AMRO SCHADEVERZEKERING N.V.,
gevestigd te Zwolle,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk.
Eiseressen zullen hierna gezamenlijk worden aangeduid als [eiseres] c.s. en verweerster als ABN AMRO.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak C/08/161711/HA ZA 14-455 van de rechtbank Overijssel van 8 juli 2015;
b. het arrest in de zaak 200.178.203/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 24 januari 2017.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof hebben [eiseres] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
ABN AMRO heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het beroep.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde vanABN AMRO begroot op € 854,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris,vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiseres] c.s. deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op
22 juni 2018.