Uitspraak
gevestigd te [vestigingsplaats],
gevestigd te [vestigingsplaats],
gevestigd te Zwolle,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
22 juni 2018.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van eiseressen tegen ABN AMRO Schadeverzekering verworpen. De kern van het geschil betrof de uitleg van een verzekeringspolis waarin de verzekeraar een uitkering weigerde op grond van een in de polis opgenomen voorbehoud.
De feiten en eerdere rechtspraak zijn vastgesteld door de rechtbank Overijssel en het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, waarvan de uitspraken in het geding zijn gebracht. Eiseressen stelden dat de polis anders uitgelegd moest worden dan door de verzekeraar werd gedaan.
De Hoge Raad heeft de uitleg van de polis bevestigd aan de hand van de Haviltex-maatstaf, waarbij de bedoeling van partijen en de redelijke verwachtingen van de verzekerde centraal staan. Tevens is de uitleg contra proferentem toegepast, waarbij onduidelijkheden in het nadeel van de verzekeraar worden uitgelegd.
Desondanks oordeelde de Hoge Raad dat het beroep van eiseressen niet slaagt en dat de weigering van de uitkering door ABN AMRO gerechtvaardigd was. De Hoge Raad veroordeelde eiseressen tevens in de kosten van het geding in cassatie.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseressen wordt verworpen en de weigering van de uitkering door ABN AMRO bevestigd.