Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2018:848

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 juni 2018
Publicatiedatum
6 juni 2018
Zaaknummer
17/00137
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 44 lid 2 Wet belastingen op milieugrondslagArt. 14 lid 1 sub a Richtlijn 2003/96/EGArt. 11 Overeenkomst inzake Partnerschap en Samenwerking tussen de Europese Gemeenschappen en de Russische FederatieArt. 21 Handelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Colombia en PeruArt. 21 Overeenkomst inzake handel, ontwikkeling en samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Zuid-Afrika
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afschaffing vrijstelling kolenbelasting niet in strijd met Unierecht en internationale overeenkomsten

Belanghebbende, een onderneming, had beroep ingesteld tegen uitspraken van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake door haar betaalde kolenbelasting over de periode januari 2013 tot en met april 2014. De kern van het geschil betrof de afschaffing van de vrijstelling voor de invoer en uitslag van kolen die werden gebruikt als brandstof voor elektriciteitsopwekking met een elektrisch rendement van minimaal 30 procent.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van belanghebbende beoordeeld aan de hand van relevante bepalingen uit het Unierecht, waaronder art. 44 lid 2 van Pro de Wet belastingen op milieugrondslag (oud), art. 14 lid 1 onder Pro a van Richtlijn 2003/96/EG, en diverse internationale overeenkomsten met de Russische Federatie, Colombia, Peru en Zuid-Afrika. De Hoge Raad oordeelde dat de afschaffing van de vrijstelling niet in strijd is met deze rechtsbronnen.

De Hoge Raad sloot aan bij eerdere arresten en concludeerde dat de middelen van belanghebbende onvoldoende waren om het oordeel van het hof te vernietigen. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd. Het arrest werd uitgesproken door vijf raadsheren onder voorzitterschap van J.A.C.A. Overgaauw op 8 juni 2018.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de afschaffing van de vrijstelling voor kolenbelasting bevestigd.

Uitspraak

8 juni 2018
nr. 17/00137
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Arnhem-Leeuwardenvan 6 december 2016, nrs. 15/00087 tot en met 15/00098 en 15/00396 tot en met 15/00399, op het hoger beroep van belanghebbende tegen uitspraken van de Rechtbank Gelderland (nrs. AWB 14/860 tot en met AWB 14/864, AWB 14/866 tot en met AWB 14/871, AWB 14/2081, AWB 14/4794, en AWB 14/4796 tot en met AWB 14/4798) betreffende door belanghebbende op aangifte voldane bedragen aan kolenbelasting over de tijdvakken januari 2013 tot en met april 2014. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft schriftelijk gereageerd op de conclusies van de Advocaat-Generaal C.M. Ettema van 1 februari 2017 in de zaken met de nummers 15/05429 (ECLI:NL:PHR:2017:27) en 16/01382 (ECLI:NL:PHR:2017:28).
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen falen op de gronden die zijn vermeld in het heden in de zaak met nummer 16/01382 uitgesproken arrest van de Hoge Raad, waarvan een geanonimiseerde versie aan dit arrest is gehecht.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon, M.A. Fierstra, L.F. van Kalmthout en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 8 juni 2018.