ECLI:NL:HR:2018:843

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 juni 2018
Publicatiedatum
5 juni 2018
Zaaknummer
16/03694
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel bij oplichting

De betrokkene heeft cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 13 juli 2016, waarin een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel werd toegewezen. Het geschil betreft het feitelijk leidinggeven aan oplichting gepleegd door een rechtspersoon.

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad stelt vast dat het middel niet tot cassatie kan leiden en dat nadere motivering niet nodig is, mede gelet op artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering.

Het hof had de overschrijding van de redelijke termijn vastgesteld, maar dit leidde niet tot een extra strafvermindering omdat in de hoofdzaak reeds een strafvermindering wegens termijnoverschrijding was toegepast. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en verwerpt het beroep.

De uitspraak werd gedaan door de Strafkamer van de Hoge Raad op 5 juni 2018, waarbij de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter en raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien het arrest hebben gewezen.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden blijft in stand.

Uitspraak

5 juni 2018
Strafkamer
nr. S 16/03694 P
AJ/JHO
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 13 juli 2016, nummer
21/001793-14, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:
[betrokkene], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft H.M.W. Daamen, advocaat te Maastricht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier A. El Mokhtari, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
5 juni 2018.