Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Beoordeling van het tweede middel
4.Slotsom
5.Beslissing
5 juni 2018.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag in een strafzaak over doodslag. Verdachte schoot op korte afstand meerdere keren op het slachtoffer, die zichtbaar een vuurwapen in zijn broeksband droeg, waarbij het slachtoffer overleed. Het hof veroordeelde verdachte tot negen jaar gevangenisstraf.
In cassatie werd het beroep van verdachte behandeld. De Advocaat-Generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest uitsluitend voor wat betreft de strafmaat, en verwerping van het beroep voor het overige. De Hoge Raad oordeelde dat het middel dat de redelijke termijn was overschreden gegrond was, omdat meer dan zestien maanden waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep terwijl verdachte in voorlopige hechtenis zat.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest alleen voor de strafmaat en verminderde de gevangenisstraf van negen jaar naar acht jaar en zes maanden. Het beroep werd voor het overige verworpen. Dit arrest werd uitgesproken op 5 juni 2018 door de Strafkamer van de Hoge Raad.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de gevangenisstraf wegens overschrijding van de redelijke termijn van negen naar acht jaar en zes maanden.