ECLI:NL:HR:2018:825

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 juni 2018
Publicatiedatum
5 juni 2018
Zaaknummer
16/04308
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 311 SrArt. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak medeplegen diefstal met braak uit boot

De verdachte werd door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld voor medeplegen van diefstal met braak van een viskoffer en andere goederen uit de kajuit van een boot. Het cassatieberoep richtte zich tegen het oordeel van het hof dat vaststond dat de aangetroffen goederen door de verdachte en medeverdachten waren weggenomen uit de boot van de aangever.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van de verdachte verworpen. De klacht over het bewijs was niet ontvankelijk omdat het middel niet tot cassatie kon leiden en geen rechtsvragen opriep die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Er was geen nadere motivering vereist op grond van artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering.

Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren, en het beroep werd afgewezen, waarmee het arrest van het hof in stand bleef.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd.

Uitspraak

5 juni 2018
Strafkamer
nr. S 16/04308
AKA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 6 juli 2016, nummer 23/003707-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
5 juni 2018.