Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
5 juni 2018.
Hoge Raad
De verdachte werd door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld voor medeplegen van diefstal met braak van een viskoffer en andere goederen uit de kajuit van een boot. Het cassatieberoep richtte zich tegen het oordeel van het hof dat vaststond dat de aangetroffen goederen door de verdachte en medeverdachten waren weggenomen uit de boot van de aangever.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van de verdachte verworpen. De klacht over het bewijs was niet ontvankelijk omdat het middel niet tot cassatie kon leiden en geen rechtsvragen opriep die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Er was geen nadere motivering vereist op grond van artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering.
Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren, en het beroep werd afgewezen, waarmee het arrest van het hof in stand bleef.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd.